KunststofenRubber.nl

Spinnenzijde inspireert tot nieuwe klasse van functionele polymeren

26 augustus 2020 om 11:18 uur

Wat hebben spinnen gemeen met batterijen? Op zich niets, maar materiaal ontwikkeld door Giuseppe Portale en collega’s kan dat veranderen. In de illustratie is een stevig membraan geplaatst dat is gemaakt uit een polymeer gebaseerd op spinnenzijde, dat in staat is om protonen efficiënt te transporteren. Illustratie Giuseppe Portale.

Synthetische polymeren hebben de wereld veranderd, het is bijna niet voor te stellen hoe we zonder zouden kunnen. Maar die polymeren kennen ook problemen. Het is bijvoorbeeld lastig om hun moleculaire structuur tijdens de synthese nauwkeurig te sturen. Daardoor is het lastig de eigenschappen, zoals bijvoorbeeld het vermogen om protonen te transporteren, te optimaliseren. Voor een oplossing van dit probleem keek RUG-onderzoeker Giuseppe Portale naar de natuur. Het resultaat was een nieuwe klasse van polymeren, gebaseerd op eiwit-achtig materiaal, die protonen geleiden en nuttig kunnen zijn in toekomstige bio-elektrische toepassingen.


Het onderzoek is gepubliceerd in Science Advances.

 

"Ik werk al sinds mijn promotie regelmatig aan materiaal dat protonen geleidt", vertelt Portale. "Ik vind het fascinerend om te leren begrijpen waarom materialen protonen geleiden. Daarom heb ik veel moeite gestoken in het optimaliseren van de nanostructuur om geleiding te verbeteren." Pas enkele jaren gelden kreeg hij het idee om hierbij biologische, eiwit-achtige structuren te gaan gebruiken. Dit ontstond in gesprekken met Andreas Hermann, inmiddels werkzaam aan het DWI - Leibniz Institute for Interactive Materials in Duitsland. "We zagen al snel dat proton-geleidende biopolymeren nuttig konden zijn voor toepassingen zoals bio-elektronica of sensoren."


Maar eerst moesten ze uitzoeken of hun idee echt kon werken. "Het eerste doel was om te bewijzen dat we de protongeleiding van op eiwit gebaseerde polymeren nauwkeurig konden afstellen via variatie van het aantal ioniseerbare groepen per polymeerketen." Daartoe maakten de onderzoekers een aantal structuurloze biopolymeren met verschillende aantallen ioniseerbare groepen, in dit geval carbonzuur. De protongeleiding bleek gelijk op te gaan met het aantal geladen carbonzuurgroepen per polymeerketen.

 

Voor de volgende stap gebruikte Portale zijn kennis van synthetische polymeren. "De nanostructuur van een polymeer is belangrijk voor de geleiding. Met de jusite structuur kunnen ladingen zich bundelen en dat zorgt voor een toename van geïoniseerde groepen die de protongeleiding sterk doen toenemen." De biopolymeren in het eerste experiment waren structuurloos, dus was er nu een ander materiaal nodig. De onderzoekers besloten een eiwit met een vat-structuur dat ze al kenden te gebruiken. "We maakten dit eiwit en voegden aan het oppervalk strengen toe met carbonzuur. Dat deed de geleiding flink toenemen."


Het werkte, maar het vat-vormige polymeer is niet sterk en lastig te verwerken. Zoekend naar een alternatief kwamen Portale en zijn collega's uit bij een bekend natuurlijk polymeer: spinrag. "Dit is een van de meest fascinerende natuurlijke materialen, het is zeer sterk en veelzijdig. Ik wist dat spinnenzijde een interessante nanostructuur heeft. Daarom maakten we een eiwit-achtig polymeer dat dezelfde basisstructuur heeft als spinnenzijde, maar met als toevoeging strengen carbonzuur."

 

Het nieuwe materiaal werkte uitstekend. "We vonden dat het via zelf-assemblage op nanoschaal een structuur vormt die sterk lijkt op die van spinnenzijde, waarbij zich ook op elkaar gepakte geladen groepen vormen die de protongeleiding vergroten. We konden er bovendien een stevige membraan op centimeterschaal van maken." De gemeten protongeleiding was hoger dan in enig ander bekend biomateriaal. Toch is het doel nog niet bereikt. "Dit was allemaal fundamenteel onderzoek. Om het materiaal toe te kunnen passen moeten we het nog verbeteren en zorgen dat het eenvoudiger te verwerken is."

 

Spinrag inspireert tot polymeren die protonen geleidenSchema van de structuur van de proton-geleidende membraan (links). Op spinnenzijde lijkende bèta-plaat domeinen vormen een geordende structuur (midden). Hun oppervlak is voorzien van carbonzuur groepen die protonen kunnen afgeven in vochtige omstandigheden (rechts). Illustratie: Giuseppe Portale

 

Brandstocellen en sensoren

Hoewel het werk nog lang niet klaar is, dromen Portale en zijn collega's al van toepassingen voor hun polymeer: "We denken dat het nuttig kan zijn als membraan in brandstofcellen. Misschien niet in hele grote cellen, zoals in auto's of fabrieken, maar meer in kleinschalige toepassingen. Er komen steeds meer implanteerbare bio-elektronische apparaten, zoals een pacemaker die zijn energie haalt uit glucose. De komende jaren gaan we uitzoeken of ons polymeer daarin bruikbaar is. Het materiaal is ten slotte al compatibel met biologische systemen."

 

Op korte termijn denkt Portale vooral aan toepassingen in sensoren. "De geleiding die we meten in ons materiaal hangt af van allerlei factoren in de omgeving, zoals vochtigheid of temperatuur. Dus als je iets bij een bepaalde luchtvochtigheid wilt bewaren, zou je dit polymeer tussen twee elektroden kunnen zetten, om zo veranderingen op te pikken."

 

Focus op ...

Agenda

27 oktober 2020, Amsterdam

Plastics Recycling Show Europe

The event covers the supply chain from design for raw materials, design for recycling, collection,...

29 oktober 2020, 's-Hertogenbosch

Engineering Event Safety

10 november 2020, Frankfurt am Main, Duitsland

Formnext 2020

Formnext is the leading exhibition and conference dedicated to additive manufacturing and all of its...

Meer agendapunten »